Meet the Parents


Family DinnerThis is a small fragment of a story I’ve written a couple of years ago. It’s about a woman named Winnie. She’s at a point in her life where she’s fed up with it all and she’s basically bored. But she’s got three little kids and a husband that loves her very much, so she can’t just get up and leave. This little scene describes a family meal they have at her husband’s parents. It’s written from the perspective of Winnie and unfortunately it’s in Dutch! Enjoy.

 

We staan al een tijdje te wachten voor de appelrode deur van Ger en Hanna Bossen, opa en oma Bossen moeten de kinderen hen noemen. “Zijn je ouders wel thuis?” vraag ik aan Koos.

“Ze zullen wel in de tuin zitten.”

Dan verschijnt het strakke, opgemaakte gezicht van Hanna in de deuropening.

“Hallo kindertjes!” roept ze als ze haar drie kleinkinderen ziet.

“Hallo Oma Bossen!” roepen ze in koor terug.
“Elke keer als ik je zie, ben je weer gegroeid, grote jongen,” zegt ze terwijl ze Jochem kust.

Freddie weigert zoals altijd de kus van Hanna. “Jij kleine kwajongen, opa Bossen heeft een waterpistool voor je in de tuin!” Freddie rent langs Hanna door richting de tuin.

“En jij, klein engeltje, wat zie jij er prachtig uit!” roept ze terwijl ze Laura in haar armen neemt. Ze is altijd al dol op Laura geweest, zij is haar enige kleindochter. Met haar blonde krullen en roze wangetje is Laura echt Hanna’s ideaalbeeld van een klein meisje.

“Hallo moeder, wat ziet u er goed uit,” zegt Koos terwijl hij zijn moeder begroet.

“Jij moet wat meer eten, Koos, je voelt wat dun aan. Kookt ze wel goed voor je?”
“Ja, moeder, ze kookt prima.”
“Hallo Hanna,” zeg ik, terwijl ik haar begroet.
“Wat zie je er slecht uit, Winnie, misschien moet je die enorme wallen eens wegwerken met wat make-up.”

Ik slaak een diepe zucht en stap het perfect schoongemaakte huis in.

In de tuin is Ger samen met Freddie en Laura met een gigantisch waterpistool aan het spelen. Jochem ploft in een luie tuinstoel en speelt een spelletje op zijn mobieltje. Ik begroet Ger en ga naast Jochem zitten. Ik tik hem op zijn knie en zeg: “Eten en dan gaan we er weer vandoor. Zo lang duurt het niet, ok?” Jochem haalt zijn schouders op. Hij vindt het net zo leuk als ik om Opa en Oma Bossen op te zoeken.
“En hoe gaat het met je project, Koos?” vraagt Ger aan zijn zoon.

Ger had vroeger ook onderzoek naar aerodynamica gedaan. Terwijl zij in een diepgaand gesprek over luchtstromingen verzinken, begint Hanna Jochem te ondervragen.

“Hoe gaat het op school?” vraagt ze.

“Prima,” zegt hij, niet opkijkend van zijn spelletje. Ik trap tegen zijn stoel aan en hij begrijpt de hint. Hij stopt met spelen.

“Ik hoorde van Koos dat je een vriend hebt laten overplaatsen?”

“Ja.”

“Was dit die Ronald weer?” vraagt Hanna, Koos heeft duidelijk met haar hierover gesproken.

“Ja.”
“Waarom wil je perse bij hem in de klas zitten? Koos zat op een gymnasiumschool, hij ging niet om met atheneumkindjes.”

“Weet ik veel,” zegt Jochem.

Hanna lijkt mijn zoon ook te veroordelen tot het stapeltje ‘niet goed genoeg voor mijn Koos’, waar ik al bovenop lig.

“Ronald is gewoon een goeie vriend van hem, dus wilde hij graag bij hem in de klas blijven zitten,” zeg ik voor mijn zoon opkomend.

“Vreemd hoor, Koos heeft zoiets nooit gehad.”
“Misschien weet u gewoon niet dat hij daarmee zat,” zeg ik.

Dan klinkt de deurbel door de tuindeuren heen.

“Daar zal je Wanja hebben! Vorig weekend zijn we nog naar haar zaak geweest en daar heeft ze ons geknipt! Geweldig gedaan, toch?” vraagt Hanna aan me.

Ik kijk naar het kapsel van Hanna, het is net als altijd geblondeerd en zit met een knot muurvast achter op haar hoofd.

Even later komt Hanna weer terug.

“Ger, hier is Wanja met een vriendin van haar, Sem.”

Ger kijkt op van zijn stoel en onderbreekt het gesprek met zijn zoon.

“Dag Wantje!” zegt hij terwijl hij zijn dochter uitbundig groet. Hij is werkelijk dol op zijn kinderen.

“Dag pap, dag iedereen!” zegt ze.

Ik geef Koos een vragende blik, ze komt met een vriendin thuis en Hanna reageert erop alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Dit kan nooit goed aflopen. Iedereen weet dat Wanja lesbisch is, maar Wanja heeft haar ouders er nog nooit op deze manier mee geconfronteerd.

“Aan tafel iedereen!” zegt Hanna.

Tijdens het eten is het redelijk gezellig, dankzij de vriendin van Wanja. Sem is een nieuwe assistente in haar kapperszaak, zo hebben ze elkaar ontmoet. Sem is wel een stuk jonger, een jaar of eenentwintig, net afgestudeerd van de kunstacademie, afdeling mode.

“Ik wil later ook kapper worden, net als Wanja en Sem!” roept Laura uit als ze de verhalen over de kapperszaak hoort.

Hanna lacht: “Zolang je maar geen secretaresse wordt, zoals je moeder!”
“Moeder, Winnie heeft zelf gekozen om parttime te gaan werken, dat weet u, om voor de kinderen te zorgen,” zo neemt Koos het voor mij op.
“Ze heeft ook de verkeerde opleiding gekozen. Ga maar nooit Nederlands studeren, kinders,” zegt Hanna. In gedachtes tel ik tot tien.

“En hoe staat het in de liefde, Wanja?” vraagt Hanna.

Koos en Ger laten tegelijkertijd hun vorken vallen. Jochem kijkt verbaasd van Hanna naar Wanja en weer terug. Sem begint nerveus aan haar dreadlocks te friemelen.

Wanja loopt rood aan en vroeg: “Hoe bedoelt u?”
“Nou, toen we vorig weekend bij je waren, heb je ons voorgesteld aan die aannemelijke jongeman. Hoe heette hij ook al weer, Ger?” vraagt ze aan Ger.

“Wat bedoel je, Hanna?” zegt Ger een beetje overrompeld.

“Die jongeman die jouw haar knipte.”
“Oh, dat was Lennie.”

“Juist ja, Lennie, hoe staat het daarmee, Wanja?”

“Hij werkt nog steeds voor me.”
“Ach, dat weet ik toch ook wel. Maar het leek me zo’n leuke jongen, is dat niets voor jou?” vraagt Hanna.

“Nee, moeder, dat is niets voor mij,” antwoordt Wanja geïrriteerd.

“Hoezo niet? Er is toch niets mis met hem?”
“Lennie is homo,” zegt Sem, “en Wanja heeft mij.”

Hanna kijkt Sem geërgerd aan: “Wat bedoel je?”
“Sem is mijn vriendin!”
“Ach, dat weet ik toch,” zegt Hanna.

“Ik ben verliefd op haar, moeder, ik heb een relatie met haar,” zegt Wanja boos.

“Hou toch op, Wanja lieverd, dat is toch allemaal onzin. Je moet gewoon een leuke jongen vinden, dan komt het allemaal wel goed!”

“Hanna, doe toch niet zo,” zegt Ger.

“Wat doe ik dan? Zo is het toch, Wanja moet gewoon een man ontmoeten en ’s volwassen worden. Trouwen, net als Koos.”

Koos kijkt mij wanhopig aan, ik geef hem dezelfde blik terug.

“Ik ben normaal! Ik ben volwassen! Ik ben lesbisch, moeder, ik val op vrouwen. Ik hou van Sem!” roept Wanja woedend.
“Rustig nou, Wantje, wordt niet boos, zo bedoelde Hanna het niet.”
“Zo bedoel ik het wel. Jij weet helemaal niet wat liefde is, Wanja!” roept Hanna nu ook boos.
“Dit ìs liefde!” roept Wanja. Ze pakt Sem beet en zoent haar op de mond.

“Wanja! Doe dat nooit meer! Niet waar de kindjes bij zijn!”

Freddie en Laura gniffelen.

“Nee, ik zal het nooit meer doen, niet hier in ieder geval! Ik ga en ik kom niet meer terug!” roept ze. Ze staat op en trekt Sem met zich mee. Sem murmelt nog: “Het was héél gezellig.”

“Nou, die pikt wat slechte manieren op van die vriendin van d’r. Iemand nog wat bloemkool?” vraagt Hanna.

 

 

Advertisements
Comments are closed.
%d bloggers like this: